Laat iemand een foto van een biertje zien en zeg dat diegene NIET op de knop mag drukken. Het brein moet dan harder werken om zich in te houden dan bij een neutrale foto. Dat gold voor iedereen in dit onderzoek, bingedrinker of niet.

Het verschil tussen de twee groepen zat in een ander signaal. Daar blijf ik steeds op terugkomen. Ik had het vooraf niet zo verwacht.

Het artikel begint bij een kloof die al jaren bestaat. Riskant drinken neemt wereldwijd af, maar bingedrinken onder studenten volgt die trend niet. Dus ging een team van psychofysiologen zoeken naar wat er anders is in de hersenen van studenten die bingen.

Wat ze deden

Ze werkten met 66 studenten die alcohol drinken:

  • 32 bingedrinkers (11 mannen)
  • 34 niet-bingedrinkers (10 mannen)

Ongeveer tweederde was dus vrouw. Dat is het noemen waard, want veel alcoholonderzoek in het lab leunt sterk op mannen.

Eerst vulde iedereen vragenlijsten in over impulsiviteit, hoe belonend alcohol voor hen voelde en waarom ze drinken.

Daarna deden ze een Go/No-Go-taak met een EEG-muts (elektro-encefalografie) op. De opzet is simpel. Er flitsen plaatjes over een scherm. Bij de ene categorie druk je snel op een knop, bij de andere houd je je in. De onderzoekers legden de ERP's vast (event-related potentials): de elektrische reacties van het brein in de eerste fractie van een seconde na elk plaatje.

De taak had twee versies:

  • Cue-reactiviteit. Drukken bij alcoholplaatjes, je inhouden bij neutrale.
  • Remmingscontrole. Andersom: drukken bij neutrale plaatjes, je inhouden bij alcohol.

De tweede is de interessante. Daarin moet je brein steeds opnieuw, op tempo, nee zeggen tegen een drankje.

Wat ze vonden

De vragenlijsten scheidden de groepen zoals je zou verwachten, op één punt na.

  • Impulsiviteit. Bingedrinkers scoorden hoger.
  • Beloning. Bingedrinkers zeiden dat alcohol voor hen meer belonend was.
  • Sociale motieven. Niet-bingedrinkers scoorden HOGER op drinken om sociale redenen.

Dat laatste verraste me wel een beetje. Juist de studenten die drinken om bij anderen te zijn, waren degenen die niet bingeden.

De hersendata vertelden twee verhalen.

Het eerste geldt voor iedereen. Een component die N2 heet, werd groter zodra mensen zich moesten inhouden bij een alcoholplaatje. De auteurs lezen dat zo: stoppen kost meer moeite als het om een drankje gaat. Beide groepen lieten dit zien.

Bij het tweede lopen de groepen uiteen. Bingedrinkers hadden kleinere P3-componenten, vroeg en laat, de hele taak door. Voor de auteurs is dat steun voor P3 als biomarker voor het risico op riskant drinken. Eerder onderzoek wees al die kant op.

Wat het betekent

Zo lees ik het, met de gebruikelijke slag om de arm: dit is een momentopname van 66 studenten. Of een kleinere P3 er eerst was en bingedrinken waarschijnlijker maakte, of dat bingedrinken het signaal juist heeft gevormd, valt hier niet uit te halen. En op foto's klikken in een lab is nog iets heel anders dan een drukke bar om 1 uur 's nachts.

Toch blijven er twee dingen hangen.

Eén: de extra moeite om nee te zeggen tegen een alcoholprikkel is NIET iets van bingedrinkers. Iedereen had het. Een drankje voor je neus maakt stoppen moeilijker, punt. Dat past bij wat ik eerder schreef: de prikkels om je heen doen meer van het werk dan wilskracht. Als zich inhouden elk brein wat extra kost, dan is de hele avond gokken op zelfbeheersing op het moment zelf een wankel plan. Voor iedereen.

Twee: de bingedrinkers hier hadden niet één kenmerk. Meer impulsiviteit, meer beloning van alcohol, een zwakkere P3. Het is een cluster. En het sluit aan bij ander onderzoek dat suggereert dat impulsiviteit, meer dan stress, jonge drinkers in het moment zelf aanzet tot drinken.

Als stoppen dus traag en zwaar is precies wanneer de prikkel voor je neus staat, is het slimmer om iets eerder te beslissen. En wel op een plek waar je het kunt zien. Daar draait het bij AlcoBalance om. Sommige avonden staat het volgende glas er al voordat je iets hebt besloten. De app laat zien dat je tempo omhooggaat en waar je piek naartoe beweegt. Zo kun je gas terugnemen terwijl het nog jouw keuze is, in plaats van een noodstop waar je brein in een fractie van een seconde voor moet vechten.

Ik denk niet dat een kleinere P3 een vonnis is. Maar het is wel een prima reden om "zeg gewoon nee op het moment zelf" niet langer als de hele strategie te zien.

Bron: International Journal of Psychophysiology, DOI