Loop vijf minuten van een school in Madrid vandaan, welke kant je ook op gaat. Je komt langs meer dan twaalf bars en slijterijen. Binnen 500 meter had de gemiddelde school 79 alcoholverkooppunten om zich heen.
Gaan tieners daar meer van drinken? Een cross-sectioneel onderzoek in Health & Place keek naar 49 scholen door de hele stad. Antwoord: nee.
Wat ze deden
De 49 scholen lagen verspreid over Madrileense wijken met een brede spreiding in sociaaleconomische positie (SEP) - een samengestelde maat voor welvaart, opleiding en beroepsstatus in een gebied. Rond elke school telden de onderzoekers elk vergund alcoholverkooppunt binnen 500 meter, gemeten via het stratennetwerk. Dus de werkelijke loopafstand, niet een rechte lijn op de kaart.
Daarna kregen leerlingen van 14 tot 18 jaar een vragenlijst: ooit gedronken, gedronken in de afgelopen 30 dagen, in de afgelopen 7 dagen, en binge drinken in de vorige maand. Dat liep in 2021 en 2022. Welke variabelen ze moesten corrigeren, bepaalden ze vooraf met een directed acyclic graph - een gestructureerd diagram van causale aannames. Daarna gingen de cijfers door robuuste Poisson-regressiemodellen, die de verkooppuntdichtheid naast elke drinkwijze legden.
Wat ze vonden
- Twee op de drie leerlingen (67%) had minstens één keer alcohol gedronken.
- Er werd meer gedronken door oudere leerlingen, door meisjes, door leerlingen met meer zakgeld, door leerlingen die drinken weinig riskant vonden, en door leerlingen van wie de ouders zelf ook meer dronken.
- In welvarendere wijken lag het drinken hoger dan in lagere-SEP-gebieden. Niet lager.
- Het aantal alcoholverkooppunten bij een school? Na volledige correctie geen enkel statistisch significant verband met ooit, recent of binge.
Wat het betekent
De onderzoekers hebben er één verklaring voor. Als een omgeving al verzadigd is met alcoholverkoop, maakt een verkooppunt erbij gewoon niets meer uit. Ergens ligt een drempel, en daarboven jaagt meer beschikbaarheid het gebruik niet verder op - niet omdat er nergens meer gedronken wordt, maar omdat het signaal allang is overspoeld. Met 79 verkooppunten per school zit Madrid daar ruim overheen.
Wat geeft dan wel de doorslag? De data wijzen naar het drinkgedrag van ouders, naar besteedbaar inkomen en naar risicoperceptie. Op een plek waar drank fysiek overal binnen handbereik ligt, bepalen juist die dingen wie er drinkt en wie niet. Normalisering loopt via familie- en vriendenkringen, niet via de etalages op straat. Geld op zak telde mee. Wat je vrienden verwachten telt mee. Het aantal bars op loopafstand niet.
En dat is meteen het lastige eraan. Zulke variabelen laten zich moeilijker in kaart brengen en nog moeilijker reguleren dan een vergunningenbeleid.
Kanttekeningen
Cross-sectioneel onderzoek laat verbanden zien, geen oorzaken. Leerlingen rapporteerden hun eigen drinkgedrag, en dat valt meestal lager uit dan de werkelijke consumptie. Alcoholbezorging en drank in huis zijn niet geregistreerd. En dit is één stad met een ongewoon hoge basisverzadiging - in minder dichte omgevingen kan het er heel anders uitzien.
Bron: Health & Place, doi:10.1016/j.healthplace.2026.103669


