Eén sessie met een getrainde medestudent. Geen vervolg, geen app, verder niks. Twaalf maanden later dronken die studenten nog steeds 3,4 drankjes per week minder dan de groep die niets had gekregen.
Dat komt uit een RCT (gerandomiseerd gecontroleerd onderzoek) die net in Addiction is verschenen, uitgevoerd aan een Spaanse universiteit. De vraag was simpel: kan één sessie van het BASICS-programma (Brief Alcohol Screening and Intervention for College Students) - gegeven door een peer, niet door een therapeut - iets veranderen dat ook blijft? Blijkbaar wel.
Wat ze deden
308 studenten die de maand ervoor minstens één keer stevig hadden gedronken, gingen willekeurig in twee groepen. 154 kregen één individuele BASICS-sessie van een getrainde medestudent. De andere 154 kregen niets. Geen sessie, geen materiaal, geen contact.
BASICS is kort en gestructureerd: screening van je eigen drinkgedrag, plus persoonlijke feedback daarop. Dat de begeleider een medestudent is, is een bewuste keuze. De aanname erachter: van iemand van je eigen leeftijd neem je zoiets anders aan dan van een counselor of zorgverlener.
Er werden 9 uitkomsten gemeten, na 1 maand en na 12: drankjes per week, drankjes in het weekend, drankjes tijdens het zwaarste drinkmoment, hoe vaak er werd doorgezakt, piek-BAC (bloedalcoholgehalte), alcoholgerelateerde gevolgen. En twee psychologische maten: motivatie om te minderen en zelfeffectiviteit.
Wat ze vonden
Na 12 maanden dronk de interventiegroep gemiddeld 8,93 drankjes per week. De controlegroep 12,35. Verschil: 3,42 drankjes per week (95%-BI = 1,66 tot 5,18).
De rest hield ook stand:
- Weekenddrinken: 3,08 drankjes minder (95%-BI = 1,59 tot 4,56)
- Zwaarste drinkmoment: 3,27 drankjes minder (95%-BI = 1,79 tot 4,76)
- Doorzakken: ongeveer één keer minder (0,93, 95%-BI = 0,54 tot 1,32)
- Gevolgen: 3,28 punten lager op de schaal voor alcoholgerelateerde gevolgen (95%-BI = 1,74 tot 4,82)
- Motivatie om te minderen: significant verbeterd
- Zelfeffectiviteit: ook significant verbeterd
Alle 9 uitkomsten waren na 12 maanden statistisch significant.
Wat het betekent
3,4 drankjes per week minder na één gesprek is veel. Maar het interessantste zit in de houdbaarheid. Bij de meeste korte interventies zakt de winst na een maand of drie alweer weg. Hier stond hij er na twaalf maanden nog, op elke uitkomst, zonder dat er onderweg iets werd bijgestuurd.
En het bleef niet bij gedrag: motivatie en zelfeffectiviteit schoven mee. De sessie zette niet even een gewoonte recht, maar veranderde hoe deelnemers naar hun eigen drinken keken - en naar hun vermogen om daar iets aan te doen. Dat soort verschuiving beklijft nou eenmaal langer.
De medestudent-factor speelt waarschijnlijk mee. Bij een counselor of arts zit er altijd een instituut achter, en dat roept weerstand op, ook als het gesprek vriendelijk verloopt. Een peer vertelt precies hetzelfde, alleen zonder die drempel. Of dat écht de reden is dat het effect bleef hangen, kan deze studie niet zeggen.
De deelnemers waren Spaanse studenten die toch al stevig dronken. Dat vertaalt zich niet zomaar naar andere groepen of drinkculturen. Alles is bovendien zelf gerapporteerd, en mensen zetten zichzelf nu eenmaal net iets gunstiger neer. En omdat er geselecteerd is op stevige drinkers, gelden deze cijfers niet voor de gemiddelde student.
Toch: twaalf maanden verandering die blijft, in gedrag én in hoe iemand erover denkt, na één enkel gesprek. Wat daar gebeurt, is niet ingewikkeld. Je ziet waar je werkelijk staat. Dat doet iets.
Op een avond die ongemerkt versnelt - glas na glas, gewoon meebewegend met de tafel - doet AlcoBalance iets vergelijkbaars. Je eigen BAC-curve, waar je piek ligt, of je die al voorbij bent. Niet de volgende ochtend, als alles al beslist is. Nu, terwijl afremmen nog niks kost.
Bron: Addiction (Abingdon, Engeland), doi:10.1111/add.70365



